Heisterbrug 121
6365 CC Schinnen

T. +31 (0)6 46 605 669
M. +31 (0)6 46 605 669

info@stassenvastgoed.nl

Geschiedenis

Van 800 tot 1800

De geschiedenis van Terborgh gaat heel ver terug en begint bij Karel de Grote in Aken. Deze keizer beloonde een vertrouweling met een stuk grond in Schinnen, en die begon met de bouw van een burcht op een 'motte'. Een motte is een kunstmatige, door mensenhanden gemaakte heuvel, meestal omgeven door een gracht. Over die gracht lag een houten brug die bij dreigend gevaar gemakkelijk opgehaald kon worden. Bij Terborgh ligt deze motte achter het tegenwoordige gebouw. Van de 'donjon' (ronde burcht) op de motte is nog maar een ruïne over. Het gebouw dat er nu staat was een vóórburcht. Een vleugel van die voorburcht heeft men verbouwd tot kasteel. In de zeventiende eeuw is deze vleugel met een verdieping verhoogd en het gebouw heeft toen een kapel gekregen. De voorburcht staat op een vierkant eiland en had ook een ophaalbrug. Links en rechts van de ingangpoort zijn nog de katrollen te zien waarmee de brug omhoog en omlaag werd gelaten.

Wat er tussen 800 en 1400 is gebeurd, weten we niet. Va 1400 tot aan de Franse Revolutie heeft het Geslacht Schellaert van Obbendorff op Terborgh gewoond en geregeerd. Schinnen met "Huize Schinnen" was een 'Heerlijkheid', via de Heer van Valkenburg plichtig aan de Duitse Keizer. De Heer van Schinnen beheerde ook de kerkdorpen ThuII, Puth, Nagelbeek, Sweykhuizen e.a. De Heren van Schinnen deden de uitspraken over jacht- en visrecht, over tol- en maalrecht en over bestuursbenoemingen in dorp en kerk. Ook het strafrecht was in hun handen. Op Terborg waren kerkers, een pijnbank en zelfs een galg.

De adel en de kerk heersten over de eenvoudige arme boeren en dagloners. Maar er broeide verzet. Vóór de Franse Revolutie (tot 1795) werd de streek geplaagd door de zogenaamde 'Bokkenrijders', verkommerde boeren, jongens en zwervers die als rovers in hun levensonderhoud probeerden te voorzien. Tijdens het bewind van Freule Ernestine van Obbendorff werd zo een bokkenrijder, "Henske" genaamd, in het Spaubekerbos gevangengenomen. Hij moest in de Grote Zaal van Terborgh voor de Freule verschijnen om veroordeeld te worden, maar de boef zag kans zich naar de kapel te slepen, die alleen vanuit de Grote Zaal te bereiken was (en nog steeds alleen zo te bereiken is). Eenmaal daar beriep hij zich op de onschendbaarheid van het kerkelijk asiel. De Freule raadpleegde een rechtsgeleerde die van oordeel was dat de kerkelijke onschendbaarheid, helaas voor Henske, niet voor een huiskapel gold. Henske werd toch nog buiten aan de galg opgehangen.

Na de dood van de ongetrouwde Freule Ernestine ging Terborgh naar haar neef Adam Alexander. Zijn enige kind viel, door onvoorzichtigheid van een dienstbode, uit het raam in de gracht en verdronk. Volgens de overlevering zou het dichtgemetselde raam aan de westzijde de plaats van dit tragisch ongeluk aanduiden (1763). Dit kind was de laatste telg uit het Geslacht der Schellaerts. Er volgde een lange periode van leegstand en Terborgh raakte in verval.

Restauratie en tegenwoordige functie

In 1941 koopt ir. Smits, van landgoed De Heek (bij Valkenburg), kasteelhoeve Terborgh voor zijn zoon en wil het restaureren. Smits had in Sumatra veel geld verdiend met de Deli Spoorweg Maatschappij. Het herstel vergde kapitalen en werd door de Tweede Wereldoorlog vertraagd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren 500 soldaten op Terborgh ingekwartierd. Er is toen veel archiefmateriaal verloren gegaan. Het "klikte" niet tussen de mensen van Schinnen en de Familie Smits. Senior was zeer autoritair en Junior kon zich niet als Heerboer ontplooien door de spanningen vanuit het dorp. In 1961 was de restauratie van Terborgh voltooid, nadat de familie Smits de Limburgse Streekplannendienst had ingeschakeld.
Van 1969 tot 1988 is de Gemeente Schinnen eigenaar geweest van Terborgh. In 1988 heeft de gemeente Schinnen het kasteel verkocht aan antiquair Stassen; die heeft er vakantieappartementen in gemaakt.

Rondom Terborg

Rechts van de oprijlaan prijkt een wegkruis van Naamse steen. Het werd in 1758 geplaatst in opdracht van Freule Ernestine. (Voor meer gegevens zie: [Paul Potten], De Kleine Monumenten, Veld- en wegkruisen in zes kerkdorpen van Schinnen, Uitg. Historie Schinnen [1990], blz. 120-123).

Aan het einde van de oprijlaan links staat een, in vakwerk uitgevoerd, molenhuis. Het molenrad is weg. Aan de lidtekens in de muur kun je nog zien, waar het molenrad vroeger heeft gezeten. Op de heuvel tegenover Terborgh ligt de Stammenhof. Deze typische carréboerderij stamt uit de achttiende eeuw. Niet zo oud dus. De gebouwen die er voordien hebben gestaan waren buitenplaatsen van kasteel Terborgh. De tegenwoordige eigenaar, de heer Riga, vermoedt, dat een schuur nog dienst heeft gedaan als tiendschuur voor de Heren van Terborgh. Al sinds het stenen tijdperk hebben mensen steeds weer gevonden, dat de plek van de Stammenhof, hoog boven het Geleendal, een prachtige plaats is om uit te rusten van de jacht te genieten van het uitzicht en van de zonsondergang. Dat blijkt uit de collecties vuurstenen, werktuigen zoals klingen, pijlspitsen, bijlen en kernstenen die op de akkers rond Stammenhofzijn gevonden.

Terborgh is het enige Limburgse kasteel, dat op mini-maat in Madurodam staat.
Home
Omschrijving
Kenmerken
Geschiedenis
Foto's
Contact